Over splintergroen

Gent maakt zich klaar voor de klimaatverandering. Gent moet een spons worden. Maar heeft het wel zin, zo’n geveltuintje hier of een groendakje daar?

De stad is zo volgebouwd dat er op sommige plaatsen nog weinig plaats is voor groen. Veel straten zijn een aaneenschakeling van asfalt, betontegels en cementgevels. Een stad herteken je ook niet zomaar met een park hier of een groenas daar. Jaren gaan daar overheen en ondertussen blijft ook de vraag naar woningen stijgen. En net daarom is woongroen of splintergroen zo belangrijk. Splintergroen zijn de kleine stukjes natuur in de stad. Groendaken, geveltuinen, bomen op straat, boomspiegels, struikjes, bloemen, groene voortuintjes.

Groen zorgt voor leefbaarheid. Dat klinkt misschien wollig, maar dat is het allerminst. De mens gedijt gewoon beter in een groene omgeving. Het verlaagt het stressgehalte en zorgt voor een betere gezondheid doordat groen de lucht zuivert. Mensen zijn sneller geneigd om naar buiten te gaan, te gaan wandelen of elkaar op te zoeken in een groenere straat. Splintergroen zorgt voor verkoeling bij hittegolven, werkt als een spons om hevige regenbuien op te vangen en houdt water vast tijdens droge periodes. En ook de biodiversiteit gaat erop vooruit. Meer soorten insecten, meer leven.

In de zoektocht naar geluk en gezondheid gaan we vaak voorbij aan de meest eenvoudige oplossingen. Een plant. Een struik. Een boom. Bloemen zaaien in je grasperk. Een stuk oprit of terras uitbreken zodat de regen terplekke de grond in kan.

En het antwoord is dus ja. Het heeft zin, zo’n geveltuintje hier en een groendakje daar.