Wat heeft plaagmier met klimaatverandering te maken?

Is de plaagmier naar Gent gevlucht omwille van het veranderende klimaat? We staken ons licht op bij professor Dries Bonte van de UGent.

‘Immense kolonie plaagmieren ondergraaft hele Gentse Citadelpark’, zo kopten de kranten midden november 2018. Voorlopig lijkt de opmars van die exotische miersoort ongevaarlijk, maar wij vroegen ons af of de klimaatopwarming een deel van de verantwoordelijkheid draagt? Gaan er door het veranderende klimaat meer en meer soorten op wandel? En wat betekent dit voor de biodiversiteit in onze stad? We staken ons licht op bij professor Dries Bonte van de UGent.

Is de plaagmier naar Gent gevlucht omwille van het veranderende klimaat?

Dries Bonte: “Neen, maar het veranderende klimaat zorgt er wel voor dat de plaagmier zich hier vandaag thuis voelt. Vermoedelijk is de plaagmier uit de regio Turkije afkomstig en werd ze meegebracht met potgrond bestemd voor de Gentse Floraliën, die in de jaren ‘70 plaatsvonden. De mens heeft dus een handje geholpen bij de verspreiding van de soort. Daarbij komt dat de plaagmier terecht kwam in een stedelijke context, waar ze minder natuurlijke vijanden heeft, waar weinig ruimte beschikbaar is én waar het gemiddeld een paar graden warmer is omwille van het stedelijk hitte effect. Kortom, de ideale omstandigheden voor zo’n beestje om zich snel te verspreiden.”

De mens bracht de plaagmier naar Gent, maar zijn er ook soorten die spontaan op wandel gaan, omwille van de klimaatopwarming?

Dries Bonte: “Zeker, omdat hun leefgebied opschuift. Enerzijds zijn er verschillende soorten, zoals de wespenspin, tijgermug of dennenprocessierups, die op een natuurlijke manier van zuid naar noord migreren. Zij krijgen tijdens hun vlucht wél te kampen met natuurlijke vijanden, maar de klimaatopwarming versnelt hun opmars. Anderzijds zijn er bepaalde inheemse soorten die onze gebieden verlaten, omdat het hier te warm en te nat wordt. In dat proces zullen er zoals altijd en overal winnaars en verliezers zijn. Sommige soorten zullen uit Vlaanderen verdwijnen, andere soorten zullen erbij komen.”

Nieuwe soorten die erbij komen, anderen die vertrekken. Waar zit hem juist het probleem?

Dries Bonte: “Omdat de klimaatopwarming het proces versnelt, kunnen veel soorten zich niet tijdig aanpassen. Of ze kunnen niet verhuizen omdat ons versnipperde landschap dat extra moeilijk maakt. Uitgestrekte steden en wegen vormen voor die dieren een grote barrière in het landschap, waardoor ze niet kunnen vluchten in reactie op de klimaatopwarming. Die soorten sterven uit.

Daarnaast zullen stedelijke ecosystemen wereldwijd alsmaar meer op elkaar gaan lijken. Dat komt omdat er enerzijds lokale soorten verloren gaan door de klimaatopwarming en versnippering, en anderzijds opportunistische soorten die een stevige opmars maken. Die ‘winnaars’ zijn soorten die het wereldwijd goed doen, die door de mens overal verspreid worden en een groot aanpassingsvermogen hebben. Lokale specialisten leggen er daarentegen het loodje bij.”

Wat kunnen we in Gent doen om de natuur en de biodiversiteit een handje te helpen?

Dries Bonte: “Biodiversiteit zal altijd onderhevig zijn aan verandering. Sommige processen kunnen we als mens niet controleren. Toch mogen we ons engagement niet verliezen. We kunnen de Stad Gent groener maken, door openbaar groen te herstellen en met elkaar te verbinden. Meer groendaken, faunapassages, stadsmoestuinen, bloemrijke bermen,… al die maatregelen helpen zowel planten als dieren om makkelijker de stad te doorkruisen, waardoor we van Gent een veerkrachtige stad maken in de strijd tegen klimaatverandering.”